Pokémon vangen tijdens Milkshake

Het Milkshake festival is een feest voor iedereen. Zo ervaarde ik het niet. Mijn verhaal is een uitzondering, een extreem persoonlijke ervaring, en staat los van de organisatie en diens goede werk. Tegelijkertijd is het hopelijk een voorbeeld van hoe ver we met zijn allen nog te gaan hebben. Waarom Gay Pride nodig is. Hoe geïnternaliseerd de worsteling met schaamte, zelfhaat en seksualiteit kán zijn. Mentale gezondheid is en blijft een taboe en ik wil je graag meenemen, het dal in, van een zwarte homojongen op zoek naar een Pikachu.

Het is in de namiddag als ik mij met twee vriendinnen in het Westerpark begeef voor het Milkshake Festival. Ik heb dan al tien kilometer geslenterd door de stad, van een lunchafspraak in de Pijp tot aan Centraal met de nodige omwegen, zodat ik eieren kon broeden in de Pokémon Go app. Enthousiast zet ik weer de app aan; hier ga ik vast veel lopen. Als ik eenmaal mijn hoofd van het iPhone scherm afwend, zie ik bij de kluisjes tientallen mannen die vol trots hun shirt uittrekken en hun strakke bovenlijf aan de buitenlucht blootstellen. De onzekerheid slaat zoals gewoonlijk in. Ik vraag me af of hetero’s de mix van jaloezie en erotiek kennen die ik voel als ik witte blokjesbuiken of spierballen zie.

Pal naast de kluisjes, vrij centraal op het terrein, staat een metershoge zuil met daarop onbeschaamde dickpics. Snel wend ik mijn blik weer op mijn scherm. Nee, dát mag niet. We zijn hier met zijn drieën, een homoseksuele jongen, een heteroseksueel meisje en een biseksueel meisje, alle drie uit een ander land, om het leven te vieren. En wat wordt er hier veel gevierd. Mannen, vrouwen, non-binaire personen die in alle kleuren, combinaties en kledingstijlen dansen, drinken en dolgelukkig zijn. Er is een klein tuintje waar je alleen kan komen als je door een caravan kruipt. Er is een drag queen podium waar de meest prachtige, indrukwekkende mensen hun speciale kleding, make-up kunstwerken en pruiken paraderen. Er zijn leren broeken met gaten, torenhoge pumps en blote schaamtestreken. Want vandaag is het Milkshake festival de laatste plek op aarde waar je je hoeft te schamen.

Er is een Pikachu in de buurt. Ik zie het grijze contour in mijn “dichtbij” tab en word enthousiast. Ik heb al een Bulbasaur, Charmander en Squirtle, de originele drie Pokémons die weinig waard zijn in het spel maar onschatbaar in nostalgie. Een knap lichaam zoals die ik voorbij zie komen, zowel volgens de hypermasculiene idealistische richtlijnen als volgens de extravagante expressies van authentieke zielen, heb ik ook niet maar je moet prioriteiten stellen in het leven. Mijn echte prioriteit, wat ik zoek in het leven, is als een Pikachu, vele mensen hebben hem al lang maar ik zoek er nog steeds naar; een authentieke liefde. Ik ben al zo lang single dat ik langzaam accepteer het altijd te blijven. Toch denk ik altijd weer als ik een LHBT feest betreed; misschien is hij ook wel hier. Zelf draag ik een alles verhullende trui en een nette spijkerbroek. Meer voor de lunchafspraak maar dat ik er uit zie als een verdwaalde hetero komt me goed uit: als ik me expres niet verleidelijk kleed, word ik ook niet afgewezen.

“Wat is nou jouw type?” vraagt mijn vriendinnetje me. Ik scan door het publiek op zoek naar vlees. Ik zie een witte gespierde man met tattoeages en knik verlegen. “En Marokkanen” grap ik, meteen geïrriteerd door mezelf. Het is niet waar en als het iets is, dan is het ‘t fetisjisme waar ik anderen zo graag van beschuldig. “Deze dan?” gilt mijn vriendin en ik kijk, voor ik in lachen uitbarst, naar een kleine, Mediterraans uitziende veertiger met een bierbuik. Oordelen is fijn als je onzeker bent.

Na een verplicht rondje te maken, belanden drie festivalgangers op de schuine heuvel die uitkijkt over het festivalterrein. Vanaf het dichtsbijzijnde podium beukt voor mij geheel onidinteficeerbare herrie. “Van wat voor muziek hou je dan?” vraagt mijn vriendin. “Witte hetero mannen eind twintig met zelfmoordneigingen” grap ik. John Mayer heeft nooit een zelfmoordpoging gedaan volgens mij. Ik zie dansers die hun lichaam zo indrukwekkend bewegen dat ik niet anders kan omschrijven dan ‘fierce’. Als ik me lang geleden niet zo had geschaamd voor mijn liefde voor dans, omdat het ‘voor meisjes’ was, zou ik dan ook zo kunnen dansen? En zo glijd ik langzaam de heuvel des existentiële vragen af.

Een mooie, slanke jongen met hoog haar danst in zijn eentje vlakbij en wijst naar me. ‘Aandachtstrekker’, is mijn eerste gedachte, tot mijn tweede onthult dat ik dolgraag ook zo vrij zou willen dansen. Mijn vriendinnen blijven zitten maar ik sta op en dans op een nummer dat ik wel ken. Ik zie een man iets verder beneden zitten. Hij beweegt ook vrij op de muziek, maar rustiger, masculiener. Wie van de twee wil ik zijn? Als een vrouw bij de man komt zitten en hem zoent, is mijn crisis compleet. Aan de ene kant is er dit festival, met de beukende muziek, schaarse kleding, zonder limitaties, en aan de andere kant is er John Mayer, het kleine hokje van heteronormatieve witte ideaalbeeld van masculiniteit én kwetsbaarheid. De een is wat ik ben maar misschien niet wie ik ben, de ander wie ik ben maar wat ik nooit zal zijn. De Pikachu is nu héél dichtbij en ik besluit de meiden even achter te laten om hem te gaan vangen.

Mijn leefomgeving, van werk tot aan dates tot aan familie, is overwegend, doch gelukkig niet exclusief, wit. Het is ook overwegend heteroseksueel, ook al is dat een keuze van mijzelf. Homovrienden kets ik mee voor ik met ze bots en nooit meer spreek. Lesbische vrienden heb ik wel maar zie ik niet vaak. Mijn lieve sponsor vandaag is een uitzondering in LGBTQ gezelschap. Dat wil zeggen: in mijn identiteitscrisis met mijn omgeving, die begon toen ik op een bankje op station Zwolle toegaf aan een vriendin dat ik op jongens viel en niet gelooft werd tot aan nu, ben ik veelal omringd door mensen die niet begrijpen wat ik voel. Goede bedoelingen, harten onder riemen, telefoontjes die ik nooit retourneer, ze geven me steun zonder houvast. Aan het eind van de dag ben ik een zwarte jongen in een racistische subcultuur en een homoseksueel in een seksistische maatschappij. “Nee, je bent gewoon Manju” hoor ik mijn vrienden zeggen in loepzuivere harmonie. “Who are you?” vraagt een televisiepersonage al maanden aan me. “No one” fluister ik een ander na. Maar in plaats van een klap in mijn gezicht zie ik honderden, duizenden mensen om me heen die die vraag zouden beantwoorden met een hartstochtelijke “dit!”. Het voelt alsof ik hier óók niet bij hoor.

Hoe verder ik door de mensenmassa struin, hoe dichter bij de Pikachu komt volgens de wijzer op mijn scherm. Verschijnen in de augmented reality doet hij nog niet. Ik ben sinds enkele maanden op zoek naar de authentieke Manju. Dat is gezond enzo. Sinds ik vorig jaar het boek The Velvet Rage las (een aanrader voor elke gay man), wil ik mij verlossen van schaamte. Mannen en hun worsteling met mannelijkheid creëert een gevaarlijke combinatie van woede en zelfhaat. Bij homomannen is dat specifiek de schaamte die ze voelen over hun inherente anders-zijn. Het doel is dan ook het tegenovergestelde van schaamte: trots. Gay Pride is de sterkste, gezondste boodschap die een, laat ik voor mezelf en het boek spreken, homoman kan voelen. En damn wat doe ik dat goed. Ik ben zelfs officieel uit de kast op Facebook. Hoe weinig dat betekent blijkt maar weer hier.

Op een feest zonder schaamte, schaam ik me de ogen uit mijn kop. Ik schaam me over hoe ik dans, hoe mijn haar zit, hoe uitgezakt mijn lichaam is na een maand niet sporten. Ik schaam me dat ik niet weet of ik een man knap vind omdat ik dat vind of omdat “heteronormatieve Eurogecentreerde” media dat beeld hebben geindoctrineerd. Ik schaam me omdat ik me nog steeds stiekem blij voel als iemand zegt dat je “het niet kan zien” aan me dat ik geen hetero ben. Ik schaam me omdat ik nog steeds fantaseer over vrouwen en ik niet kan beslissen of dat is omdat ik ze echt seksualiseer of omdat mijn maatschappij dat van me verlangt. Ik schaam me nog het meest omdat al mijn klachten over externe factoren en maatschappelijke schuld en portrettering in de media, geen één voet in de aarde hebben op dit stuk grond vol seksueel vrije mensen van alle kleuren en glasheldere identiteiten.

Als iedereen zich hier kan emanciperen van de norm en genieten van de zon, de muziek en het gezuip, waarom kan ik dat niet? Op dat moment haat ik iedereen. Ik haat ze met een woede die ik uit wil schreeuwen. Ik haat hun vrijheid, hun trots, hun expressieve kleding. Ik haat ze en wil ze allemaal dood. Een schrok dendert door mijn hoofd. Dit is dus wat Omar Mateen dacht twee maanden geleden. En dan komt de pyscho-analyse die ik hem toen ook gaf. Ik haat niemand, behalve mezelf. Het is jaloezie, het is erotiek. Het is een vrijheid waar ik alleen langs kan lopen en bewonderen. Bang voor mezelf loop ik er langs, nu weer met bewondering, terug naar mijn vrienden. Pikachu ben ik even vergeten.

Een uitvlucht voor mijn overactieve brein zijn verslavingen. Drank, Apple, Oreo’s, appelkoeken, televisieseries en nu dus Pokémon Go. Alles om maar niet te hoeven nadenken. Ooit was dansen er ook een. Maar al sinds mijn puberteit kan ik niet authentiek dansen in het openbaar. Ik sta tussen de menigte en voel me afschuwelijk alleen of ik fake het voor aandacht. Ik wijs de lol af zodat het mij niet kan afwijzen. Al snel zie ik een van mijn exen, zoals je die altijd ziet op Milkshake, die mij eens hier op ditzelfde terrein vertelde dat ik niet kon dansen. Ik waarschuw mijn vriendinnen en we vluchten een paar meter verder. Daar denk ik verder na over hoe ik uit dit dal kan komen.

Hoe ik kan genieten van die heerlijke warme bol, de alcoholische buzz en de harde beat? Ik denk aan wat ik authentiek waardeer en zie mijn hetero, John Mayer liefhebbende vakantiecrush voor me, die zo authentiek genoot van het leven dat ik wel verliefd op hem moest worden én zo wilde zijn. Jaloezie en erotiek. Ik kom terug naar de realiteit en zie een Pikachu. Een welkome golf van vreugde komt over me heen. Ik heb pas twee dates met hem gehad maar hij is lief en eerlijk en kwetsbaar en dat zijn drie dingen waar ik jaloers op ben. Hij springt vrolijk in het rond. Te vrolijk. Te vrij. Als ik hem nu zou vangen zou ik hem mee sleuren de duisternis in. Dat wil ik niet. Ik wil weg. “Misschien moet je weer een afspraak maken?” zegt mijn vriendin bemoedigend als we het terrein aflopen. Ze bedoelt niet met Pikachu maar met mijn therapeut. Ja, misschien moet ik dat inderdaad.

In de bus probeer ik Pokémons te vangen om mezelf af te leiden, maar een speciale zoals Pikachu is er niet meer. Ik mis mijn halte en besluit naar huis te lopen door de lege zondagavondstraten in de koele bries van een Hollandse zomer. De tranen bedwing ik niet. Hoe kan ik hier wéér zijn? Weer die schaamte, weer die identiteitscrisis, weer hetzelfde riedeltje waar je telkens van genezen denkt te zijn. Ik blijf lopen maar vergeet niet mijn eieren te broeden. Ik kom aan bij het Slotermeer. De tranen zijn opgedroogd. Ik wil er in springen. Ik wil verzuipen en nooit meer boven komen. Maar dat wil ik niet écht. Deze plek is te bekend om dat nog te geloven. Ik hou te veel van dingen, van mensen, van het leven zelf. Zelfs van de pijn of misschien juist de pijn. Misschien verlang ik er naar. Ben er ik zo gewend aan geraakt dat elk moment van vreugde en vrijheid, wanneer ik het wellicht moet achterlaten, ik er paniekerig op terugval. Ik accepteer dat ik nog een lange weg te gaan heb voor ik thuis ben. In plaats van de bus te pakken loop ik het aangrenzende bos in. Even mijn hoofd legen en Pokémons vangen.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s