Voor Nederland ingrijpt in Syrië: in zeven vragen terugblikken op een crisisjaar

Op 21 augustus 2013 wordt de wijk Ghouta, nabij Damascus, opgeschrikt door ontploffingen. Gifgas verspreidt zich snel en honderden mensen vinden de dood. De dader lijkt overduidelijk de regering van het land. Als reactie is de meerderheid in Nederland voor ingrijpen in Syrië. Zover komt het nooit. Een jaar later. De gifgasaanval, het regime van Assad en de slachtoffers zijn op de achtergrond gedrukt door de misdaden van de extremistenbeweging van Islamic State. Nederland overweegt wederom ingrijpen. Een terugblik op een jaar in Syrië en Nederland in zeven vragen.

Hoe reageerde Nederland op de gifgasaanval?
“Een ruime meerderheid van de Nederlanders (70 procent) vindt dat de wereld moet ingrijpen in Syrië,” meldt o.a. de Volkskrant op 27 augustus 2013. Uit onderzoek van RTL Nieuws en EditieNL door DVJ insights blijkt dat Nederlanders actie willen. Ruim 54 procent vindt dat Nederland moet helpen bij het ingrijpen. Het is een tumultueuze week, waarin het nieuws elke dag een segment toewijdt aan Syrië. Huilende kinderen, volwassenen die smeken om hulp en verschillende ministers van Buitenlandse Zaken, die de ernst van de situatie benadrukken, zijn dagelijks te zien. De actieve houding van het Nederlandse volk is een antwoord op de verschrikking die in het Midden-Oosten heeft plaatsgevonden; onschuldige burgers zijn slachtoffer van een bruut regime.
Maar de situatie is vele malen complexer dan dat. De rol van Nederland blijkt een stuk minder daadkrachtig dan de houding van haar inwoners.
Minister van Buitenlandse Zaken spreekt bedachtzaam. Tijdens gesprekken over ingrijpen wordt Minister Timmermans niet eens geraadpleegd door Obama, Cameron of Hollande. Niet dat het er toe doet. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties wordt gevetood door Rusland en China. Ingrijpen blijft uit. Definitief bewijs dat het regime van President Bashir al-Assad verantwoordelijk is voor de gifgasaanval ook. De VN onderzoekers zijn alleen zeker dat er inderdaad gifgas is gebruikt. Een jaar verstrijkt en de extreme rebellengroepering Islamic State (IS) leidt de aandacht af van chemische wapens en zelfs het regime van Assad.

Hoe is het zo ver gekomen in Syrië?
In de Arabische lente in 2011 zijn jonge Syriërs gemotiveerd om te protesteren tegen president Bashir al-Assad. Het regime antwoordt met geweld en honderden demonstraten sterven. Rebellen groeperen zich en een burgeroorlog breekt uit. Naar schatting hebben al 180.000 Syriërs het leven gelaten. Meer dan negen miljoen Syriërs zijn uit hun huis gevlucht naar elders in het land of naar buurlanden. De VN noemt het de “ergste humanitaire crisis in de wereld”. Syrië is het strijdtoneel van vele partijen die zich achter de rebellen of Assad hebben geschaard. Rusland verkoopt wapens aan Assad. Iran heeft diepe banden met het regime en doorkruist het land om de militanten van Hamas en Hezbollah in Gaza en Libanon te steunen. De familie Assad is Alawite, een minderheid binnen de Islam en Syrië. Rebellengroepen als het Vrije Syrische Leger en Islamitische Staat zijn Soennieten, die een meerderheid vormen in de Islam en Syrië. Dit geeft de Syrische crisis een religieus tintje, aangezien Assad omringt is in zijn ranken door Alawiten en het voornamelijk Soennieten zijn die slachtoffer en rebel zijn. Toch is dit vooral een oorlog van belangen. Dan zijn er nog Soennitische Golfstaten die de rebellen financieren, de miljoenen vluchtelingen in buurtlanden en de publieke misdaden van Islamic State. Het conflict in Syrië heeft vele haken en ogen.

Wat gebeurt er nu met Assad?
Het VN onderzoek naar de gifgasaanval was een poging om het regime van Assad schuldig te bevinden. De overheid van Syrië heeft machtige bondgenoten en het Westen moet bewijs kunnen leveren dat Assad zijn burgers uitmoord voordat het ingrijpt. Dat wordt bemoeilijkt omdat het Syrische regime in alle aarden ontkent de chemische aanval te hebben uitgevoerd. Desondanks heeft het in het afgelopen jaar wel 92,5% van zijn chemische wapens afgestaan. De medewerking is moeizaam en Syrië heeft meerdere malen de deadline gemist om alle wapens te overhandigen. Het Westen wil dat Assad afstapt, maar dat wil het al sinds augustus 2011. Het rapport van de VN naar aanleiding van de chemische aanval kan geen uitsluitsel geven dat het regime verantwoordelijk is.

Toch verzamelt de VS bewijs om Assad aan te klagen wegens oorlogsmisdaden. Een belangrijke indicator hiervan is de fotograaf met de codenaam Caesar, die Syrië ontsnapte met 50.000 foto’s van lijken. Caesar werkte in een ziekenhuis waar de dode lichamen van gemartelde gevangenen werden opgeslagen. Naar eigen zeggen maakte hij en zijn team foto’s van vijftien tot twintig lichamen per dag. Een zes-delig internationaal team van experts interviewde Caesar in januari en onderzocht de foto’s en concludeerde dat ze echt zijn. Het Syrische Ministerie van Justitie noemt de foto’s fabricatie en zegt dat de doden op de foto’s burgers en soldaten zijn die door “terroristen groeperingen” zijn gedood. Een officier van de Verenigde Staten zei dat er “meer dan 10.000 slachtoffers” op de foto’s staan. In een rapportage van The Wall Street Journal op 25 juli vertelt Frederic Hof, die diende als een top adviseur over Syrië bij Obama dat “het mes aan twee kanten snijdt” voor de overheid. “Aan de ene kant illustreren de foto’s beter dan wat dan ook welke horrors zich afspelen. Aan de andere kant rijst de onvermijdelijke vraag: wat gaan we er aan doen?”.

Wat gebeurt er nu met Islamic State?
De chemische aanval en de mogelijke oorlogsmisdaden die het regime van Assad op zijn geweten heeft, verdwijnen op de achtergrond door de opkomst van de Islamitische Staat. Begonnen als een extremistische groep die Assad wilde omverwerpen, kreeg het al snel grotere aspiraties. De groep (die o.a. door de VN als terroristengroepering bestempeld is) wil, zoals de naam al zegt, een eigen staat in de regio. In tegenstelling tot Assad is de groep alles behalve in de ontkenning over de misdaden die het begaat. Het moord bevolkingsroepen uit, houdt seksslaven en is actief in het vergaren van meer leden van over de hele wereld. De ooggetuigenverslagen schetsen barbaarse taferelen, met vierendeling en levend begraven van religieuze minderheden. Dorpen worden ingenomen en de bevolking wordt uitgemoord of verdreven. In een rap tempo hebben de extremisten grote delen van Syrië en Irak gewonnen. Islamic State heeft het conflict in Syrië internationaal gemaakt.

De dreiging van genocide voor de Yazidi’s (een kleine, maar eeuwenoude religieuze bevolkingsgroep in Irak) is een zwart/wit situatie waardoor de Verenigde Staten kan ingrijpen met militaire aanvallen in Noord Irak. Syrië is geen zwart/wit situatie, zelfs al wordt het geteisterd door dezelfde extremisten. De Iraakse president Maliki is afgetreden en een politieke resolutie is mogelijk. Dat is wat de Obama administratie altijd gewild heeft voor Syrië. Eenzelfde scenario is onwaarschijnlijk met Assad. Omdat hij ook niet wil dat IS het land overneemt, heeft de president op eens een gemeenschappelijk doel met dezelfde groeperingen die hij kort geleden nog wilde stoppen. Het Vrije Syrische Leger is een van die partijen. Het Witte Huis heeft het Amerikaanse Congress gevraagd om een half miljard vrij te maken voor steun aan het VSL door middel van training en gereedschap. Congress moet de aanvraag nog goedkeuren. Ondertussen is de burgeroorlog in Syrië veranderd van rebellen tegen een regime tot meerdere partijen tegen elkaar.
Doordat IS een duidelijke vijand is, die als een vuur snel om zich heen slaat, kunnen internationale partijen duidelijker ingrijpen beargumenteren dan een jaar geleden met Assad. Dezelfde partijen die vorig jaar om de tafel zaten om ingrijpen in Syrië te bespreken, doen dat nu weer om IS te stoppen. Terwijl de terroristen hele volkeren uitmoorden en openlijk de VS waarschuwen middels de moord op journalist James Foley, vecht het regime van Assad ook nog steeds met het VSL in de stad Aleppo. De oorlog in Syrië heeft vele fronten.

Had IS voorkomen kunnen worden als het Westen meteen had ingegrepen?
Dat is een veel gestelde vraag omdat vele rebellen in IS eerst tegen Assad vochten. Geleerden zijn er echter over eens dat ingrijpen in Syrië de huidige situatie niet had kunnen voorkomen. In een opiniestuk in de Washington Post beargumenteert Marc Lynch van de George Washington universiteit dat “de combinatie van een zwak, gefragmenteerd collage van rebellengroeperingen in Syrië met een verdeelde, competitieve reeks aan externe sponsors het slechtste profiel mogelijk schetst voor effectieve steun van buitenaf”. Hiermee doelt Lynch op golfstaten als Kuweit die Syriërs financiert en aanstuurt om te vechten. De vele groeperingen die ieder vechten met andere initiatieven, zorgen er voor dat er geen duidelijke partij is waar de internationale gemeenschap zich achter kan scharen. Hoewel de VS dit nu wel poogt te doen met het Vrije Syrische Leger. Lynch vervolgt met: “De oorlog in Syrië is al lang een duizelingwekkende reeks van lokale gevechten, met losse en snel verschuivende allianties gedreven door eigenbelang, en de wensen van hun externe patronnen, in plaats van ideologie.” Hij wijst op enkele groeperingen die zich hebben aangesloten bij IS. Zelfs als de VS tijdig wapens hadden geleverd aan de Syrische rebellen, dan nog had Assad op zijn plek kunnen zitten of had IS kunnen groeien. David Cunningham van de universiteit van Maryland wijst uit dat Syrië alle karakteristieke eigenschappen had van een burgeroorlog waar hulp van buitenaf het minst effectief is. Lynch sluit af met “er is simpelweg geen reden om te geloven dat IS en andere extremistengroepen weg zouden blijven bij zo’n ideale zone voor jihad alleen omdat er groeperingen waren die door het Westen gesteund werden met wapens en geld.”

Dat Obama toch geld wil vrijmaken voor het steunen van het Vrije Syrische Leger is vooral om de afzwakkende rebellengroepen staande te houden tegen IS en in mindere mate Assad. In een open brief aan de VS in The Wall Street Journal vraagt Hadi al-Bahra, president van de Syrische oppositie om het VSL te steunen in hun strijd tegen IS. Hoewel hij de toezegging van Obama toejuicht “zal deze steun niet genoeg zijn als het niet met de snelheid arriveert waarmee IS vooruitgang boekt”. Hij benadrukt dat “tijd van essentieel belang is aangezien IS en Assad elke vertraging uitbuiten om zij die tegen hen opkomen te vernietigen.” In plaats van zelf militair in te grijpen, steunt het Witte Huis een van de weinige partijen in Syrië die zowel tegen Assad als tegen IS kan vechten. Het is geen strijd die makkelijk gewonnen is. Sterker nog, nu het VSL afzwakt is het, zelfs met hulp van de VS, de vraag of de rebellen wel een kans maken tegen de het regime en de extremisten.

Er wordt door sommigen al gesproken over het “verlies” van de VS in de oorlog. “We hebben gewonnen,” zegt Alaeddin Borejurdi, voorzitter van de veiligheidsraad van het Iraanse parlement dat Assad steunt, in The Guardian. “Het regime zal aanblijven. De Amerikanen hebben verloren.” Amir Mohebbian, een conservatieve adviseur in Iran, sluit zich daar bij aan: “We hebben het spel in Syrië gemakkelijk gewonnen. De VS begrijpt Syrië niet. De Amerikanen willen Assad vervangen, maar wat is het alternatief? Het enige wat ze hebben gedaan is het aanmoedigen van radicale groeperingen die de grenzen minder veilig maken. We accepteren verandering in Syrië, maar geleidelijk. Anders is er chaos.”

Wat heeft dit alles met Nederland te maken?
De crisis in Syrië heeft ook impact op Nederland. Zo veel zelfs dat de aandacht van het Midden-Oosten verschuift naar Den Haag. Naar schatting zijn er minimaal 3.000 jihadstrijders vertrokken naar Syrië om zich te mengen in de burgeroorlog. Dirk Schoof, Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) vertelt het NRC Handelsblad dat er enkele duizenden Nederlandse moslims sympathiseren met Islamic State. Schoof laat er geen twijfel over bestaan: “Ze gaan daar echt niet heen om hulp te verlenen. Dat is flauwekul. Ze strijden voor een kalifaat.” Gevreesd wordt dat zodra deze Syriëgangers terug zijn in Nederland zij een gevaar vormen. De extremisten in het Midden-Oosten uploaden regelmatig video’s met bedreigingen tegen internationale partijen. De NCTV noemt het dreigingsniveau voor een aanval in Nederland “substantieel”. Deze dreiging motiveert bepaalde groepen om te demonstreren tegen IS-aanhangers, onder andere in de Haagse Schilderswijk.

Nederland is een kleine partij, op internationaal gebied. In juni besloot de Tweede Kamer om een geplande bezuiniging op inlichtingendiensten te verkleinen van 34 miljoen euro naar 9 miljoen. Minister Plasterk benadrukt dat de bezuiniging niet ten kosten gaat van “operationele taken” zoals het volgen van vertrokken Nederlandse jihadisten. De politiek houdt rekening met de dreiging van terugkerende jihadgangers. Tevens overweegt het kabinet de rol van Nederland bij internationaal ingrijpen in de regio waarin IS actief is. De Telegraaf meldt dat er geen helikopters meer beschikbaar zijn en er weinig transportvoertuigen beschikbaar zijn. Dit in verband met de missie in Mali. Minister Timmermans schrijft in een brief aan de Kamer dat als de veiligheidssituatie zo slecht blijft “het kabinet niet uitsluit dat Nederland in enige vorm een bijdrage zal leveren”.

Wat gebeurt er nu met de gewone burgers in Syrië?
Sinds het begin van de burgeroorlog zijn er naar schatting 180.000 doden in Syrië. Met 9,3 miljoen Syriërs die uit hun huizen zijn gevlucht binnen het land en 2,8 miljoen die naar andere landen zijn gevlucht is de humanitaire crisis groot en hebben de vluchtelingen “vitale assistentie” nodig aldus de Europese commissie. De EU gaf eind juli aan vijftig miljoen extra te geven aan humanitaire hulp aan Syrië. Dat is bovenop de 100 miljoen die het eerder dit jaar al toezegde. Nog 200 miljoen is beschikbaar voor het Europese Buurt Instrument om buurtlanden die Syrische vluchtelingen ontvangen te steunen.
De situatie in de kampen en buurtlanden is bedroevend. Een Syrische vrijwilliger vertelt aan NRC Next dat hij schat dat een derde van de hulp in de broekzakken van leidinggevende verdwijnt. Door weinig controle grijpen corrupte mensen de macht. Daarbij komt dat buurtlanden vermoeid raken van de stroom aan vluchtelingen. In Turkije is er onrust ontstaan nadat een Turkse verhuurder doodgestoken werd door vermoedelijk zijn Syrische huurder. De Syrische vluchtelingen werden door autoriteiten de stad uitgevoerd. Elders in Turkije protesteren arbeiders tegen de lage lonen die Syriërs mogelijk maken. In Libanon, wiens demografische uiteenzetting van 4 miljoen inwoners radicaal veranderd is met de komst van 1,1 miljoen vluchtelingen, vecht het leger tegen een groei van IS in vluchtelingenkampen. De bewoners die vluchtelingen ontvingen in hun dorp worden nu zelf weggejaagd.

Dus…wat kunnen we doen?
Voordat een gewone Nederlandse burger zijn of haar mening opmaakt over ingrijpen in Syrië moet er eerst gekeken worden naar de complexe situatie in het land. Islamic State is een zeer agressieve partij die voor de plaatselijke bevolking, buurtlanden en zelfs verre landen als Nederland een legitieme dreiging vormt. Burgers worden uitgemoord, verdreven uit hun woonplaats en vestigen zich in een land dat eigenlijk geen vluchtelingen meer kan hebben. De situatie suggereert een simplistische zwart/wit benadering, zoals de gifgasaanval van een jaar geleden. Dat is niet zo. De Syrische overheid staat onder leiding van een man die hoogst waarschijnlijk zelf schuldig is aan massamoord. Buurtlanden, geldschieters en belangenverstrengelingen maken rebellen minder geschikt voor internationale steun. De vraag is niet of de Syrische bevolking geholpen moet worden maar hoe. De misdaden van de terroristen en Assad zijn slechts het topje van de ijsberg.

Er zijn goede doelen als het Rode Kruis en Unicef die noodhulp bieden. Samen met de EU doneert de overheid aan humanitaire hulp. Miljoenen vluchtelingen hebben hulp en veiligheid nodig. De landen die hen ontvangen kunnen de stroom nauwelijks aan. Wat militaire actie betreft zal de rol van Nederland beperkt blijven. In het jaar sinds de meerderheid van Nederland in Syrië wilde ingrijpen is de situatie grimmiger, moeilijker en gevaarlijker dan ooit. Het is een absolute noodzaak dat het Westen, dus ook Nederlanders, erkent dat dit een grijs conflict is zonder duidelijke oplossing. Pas dan kunnen er beslissingen gemaakt worden. Vandaag een jaar geleden eindigde het conflict het leven van honderden inwoners in de wijk Ghouta. Voor de miljoenen andere Syriërs is het nog lang niet voorbij.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s